Skip to main content

CO2- en emissiedata op de DICO-factuur

Overzicht

Deze documentatie beschrijft de toepassing van de CO2-extensie in de DICO-factuur en de manier waarop emissiedata ingezet wordt voor ketenverantwoording.

1. Inleiding en context

De bouwsector staat voor een toenemende verplichting om inzicht te geven in de CO2-uitstoot die samenhangt met uitgevoerde projecten. Grote opdrachtnemers zijn in het kader van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht hun Scope 3-emissies in kaart te brengen.

Scope 3 omvat alle indirecte emissies in de waardeketen:

  • ingekochte goederen en diensten
  • verkochte producten en diensten

Onderaannemers en toeleveranciers worden in toenemende mate gevraagd om de CO2-uitstoot van hun geleverde werk of producten te rapporteren. Naast deze ketenverantwoording vragen overheden en gemeenten in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) steeds vaker om emissiedata, zowel in de voor- als nacalculatie.

De emissie-extensie kan zowel op de factuur als in de offerte worden toegepast.

2. Emissiebronnen en berekeningsmethode

De CO2-extensie op de DICO-factuur vloeit voort uit een samenspel van Europese richtlijnen, nationale wetgeving, sectorstandaarden en aanbestedingspraktijk. Voor de berekening van de CO2-equivalente uitstoot wordt gebruikgemaakt van de methode zoals voorgeschreven door de CSRD.

Voor de verantwoording van de CO2-uitstoot van een project moeten aannemers inzicht geven in de uitstoot van:

  • productie van gebruikte materialen
  • materieel
  • woon-werkverkeer van medewerkers

Dit vraagt om:

  • een activiteiteneenheid (bijvoorbeeld aantal stuks, kilometers of draaiuren)
  • een passende CO2eq-emissiefactor met bronvermelding

De uitstoot kan per CO2-boekingsregel worden berekend, waarna de waarden worden opgeteld tot een totale CO2-footprint van het project of uitgevoerde werk. Deze totale footprint wordt opgenomen in de extensie op de factuur of offerte.

2.1 Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)

De CSRD is de belangrijkste drijfveer voor CO2-rapportage in de keten. De richtlijn verplicht grote ondernemingen tot gedetailleerde duurzaamheidsrapportage conform de European Sustainability Reporting Standards (ESRS).

Voor de bouwketen is met name ESRS E1 (Klimaatverandering) relevant. Deze norm stelt eisen aan de rapportage van Scope 1, 2 en 3 broeikasgasemissies volgens het GHG Protocol.

Belangrijke Scope 3-categorieën voor hoofd- en onderaannemers zijn:

  • categorie 1: ingekochte goederen en diensten
  • categorie 11: gebruik van verkochte producten

De CO2-data die via de DICO-factuurextensie worden uitgewisseld, ondersteunen de Scope 3-berekening van de ontvangende partij.

2.2 Nederlandse wet- en regelgeving

Omgevingswet

De Omgevingswet (inwerkingtreding 1 januari 2024) bundelt 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving, waaronder:

  • Wet milieubeheer
  • Wet ruimtelijke ordening
  • Wet geluidhinder

Gemeenten en provincies kunnen in omgevingsplannen en vergunningen eisen stellen aan de milieu-impact van bouwprojecten, inclusief CO2-uitstoot en materiaalkeuze. Dit geeft een juridische grondslag voor MVOI-eisen van overheidsopdrachtgevers.

2.3 Sectorstandaarden en meetmethodieken

ISO 14064 — Kwantificering en verificatie van broeikasgassen

  • ISO 14064-1: kwantificeren en rapporteren van broeikasgasemissies op organisatieniveau
  • ISO 14064-2: kwantificeren en rapporteren op projectniveau
  • ISO 14064-3: verificatie en validatie

Voor externe verificatie van CO2-rapportages in het kader van CSRD of de CO2-Prestatieladder is deze normreeks relevant. Emissiefactoren en berekeningsmethoden die in de DICO-extensie worden gebruikt, dienen traceerbaar te zijn tot het niveau waarop ISO 14064-verificatie mogelijk is.

EN 15978 — Duurzaamheid van bouwwerken (LCA)

NEN-EN 15978 beschrijft de methodiek voor het beoordelen van de milieuprestatie van gebouwen via een levenscyclusanalyse (LCA). De norm definieert levenscyclusfasen:

  • A1-A3: productie van materialen (grondstoffenwinning, verwerking, fabricage)
  • A4: transport naar bouwplaats
  • A5: bouwplaatsactiviteiten (materieel, energie, afval)

3. Processtappen

Het proces dat een opdrachtnemer doorloopt om CO2-emissiedata te bepalen en mee te sturen op de factuur bestaat uit één of meerdere stappen:

Stap 1 — Emissies berekenen en totaliseren

  • Bereken de uitstoot per boekingsregel
  • Tel alle waarden op
  • Druk het totaal uit in kgCO2eq

Stap 2 — Data opnemen op de factuur

Neem het berekende totaal op in de CO2-extensie op de DICO-factuur, conform de technische specificatie van Ketenstandaard.

Belangrijke velden:

  • value: getal ingevuld in kgCO2eq (afronden op één decimaal)
  • type: ingevuld als kgCO2eq
  • Description: korte omschrijving van de uitstoot

Stap 3 — Verwerking door de ontvanger

De factuurontvanger (opdrachtgever of hoofdaannemer) controleert de ontvangen emissiedata en verwerkt deze in de eigen Scope 3-rapportage.

  • CO2Amount en CO2Unit worden automatisch ingelezen vanuit het factuurbestand
  • Bij externe rapportage (CSRD, MVOI) kan aanvullende verificatie door een derde partij vereist zijn